Home Onze Technologieën Microsoft Power Platform API-koppelingen Diensten · Maatwerk Blogs Over Plan kennismaking

Power BI bestandsformaten: pbix, pbit, pbip en pbir

← Alle blogs
Power BI · 11 min leestijd

Power BI bestandsformaten: pbix, pbit, pbip en pbir

Maarten
Eigenaar Fluentics
Illustratie van Power BI bestandsformaten: een gesloten pbix-bestand dat wordt uitgepakt tot een projectmap met losse bestanden

Er zijn vier Power BI bestandsformaten die op elkaar lijken maar iets heel anders doen. Een .pbix is je complete rapport in één bestand, inclusief data. Een .pbit is een sjabloon zonder data. Een .pbip is een project: je rapport uitgepakt in een map met leesbare tekstbestanden. En PBIR is het formaat waarin het rapportdeel wordt opgeslagen, met een los bestand per pagina en per visual.

Dat onderscheid is deze maand belangrijker geworden. Microsoft heeft Power BI Projects (PBIP) en het PBIR-formaat uit preview gehaald: ze zijn algemeen beschikbaar en PBIR is nu het standaardformaat voor rapporten. In deze handleiding lees je wat elk formaat is, wat je eraan hebt en welke je wanneer kiest.

Wat is er veranderd: PBIP en PBIR zijn uit preview

Volgens de documentatie op Microsoft Learn is PBIR nu algemeen beschikbaar en het standaardformaat voor rapporten, zowel in Power BI Desktop als in de Power BI-service. Power BI Projects (PBIP) is tegelijk uit preview gekomen. Wat betekent dat in de praktijk?

  • Nieuwe rapporten worden direct in PBIR opgeslagen.
  • Bestaande rapporten in het oude formaat (PBIR-Legacy, één groot report.json-bestand) worden automatisch omgezet zodra je ze bewerkt en opslaat.
  • Er is een vangnet. Power BI Desktop bewaart 30 dagen een back-up van het oude rapport. In de service blijft de back-up 28 dagen staan en zet je hem terug via de rapportinstellingen met Restore as PBIR-Legacy.
  • Werk je gewoon met .pbix, dan merk je er weinig van. Microsoft schreef in de aankondiging van de overstap dat PBIR ook ín een .pbix-bestand zit. Je werkt dus op dezelfde manier door.

Ook nieuw sinds de update van augustus 2026: Power BI Desktop ziet het als je projectbestanden buiten Desktop aanpast en toont dan de banner Apply external changes om die wijzigingen met één klik te laden. Via de projectnaam in de titelbalk open je het project zelfs direct in Visual Studio Code. Die functie staat nog wel in preview: zet hem aan via File > Options and settings > Options > Preview features met Detect and reload external PBIP changes, en start Power BI Desktop opnieuw.

Welke Power BI bestandsformaten zijn er?

Een beeld dat helpt: vergelijk je rapport met een verhuisdoos.

  • .pbix is de dichtgeplakte doos. Alles zit erin en je neemt hem makkelijk mee, maar je ziet pas wat erin zit als je hem openmaakt.
  • .pbit is een lege doos met een inpaklijst. De indeling ligt vast, de spullen (je data) stop je er zelf in.
  • .pbip is de uitgepakte doos in een kast met gelabelde planken. Je ziet precies wat waar staat.
  • PBIR is de indeling van de plank “rapport”: elk item heeft een eigen vakje.
Overzicht van de Power BI bestandsformaten pbix, pbit, pbip en PBIR met wat ze bevatten en waarvoor je ze gebruikt
De vier formaten op een rij.
FormaatWat is het?Zit je data erin?Gebruik je voor
.pbixEén binair bestand met rapport, model, queries en dataJaZelf werken en een rapport als één bestand delen
.pbitSjabloon met rapport, model en queriesNeeEen standaardrapport opnieuw gebruiken met andere data
.pbipProjectmap met leesbare tekstbestandenAlleen in een lokale cache, die buiten versiebeheer blijftSamenwerken, versiebeheer met Git en automatisch uitrollen
PBIRRapportformaat: een los JSON-bestand per pagina, visual en bladwijzerNee, al kunnen filterwaarden erin staanWijzigingen volgen, visuals hergebruiken, aanpassingen in bulk

.pbix: alles in één bestand

De .pbix is het bestand dat vrijwel iedereen kent. Het is het standaardformaat van Power BI Desktop en bevat alles: de rapportpagina’s en visuals, het datamodel met relaties en measures, de Power Query-stappen en de geïmporteerde data zelf.

Voordelen: het is simpel. Eén bestand dat je opslaat, mailt, in Teams zet of vanuit OneDrive publiceert. Microsoft raadt .pbix in de implementatierichtlijnen aan als makers liever met één bestand werken dan met een map, of als je publiceert via OneDrive.

Nadelen: een .pbix is binair. Je kunt er niet in kijken zonder Power BI Desktop, en je ziet niet wat er tussen twee versies is veranderd. Werk je met meer mensen aan hetzelfde rapport, dan eindig je al snel met bestanden als Omzet_v3_definitief_echt.pbix.

.pbit: een sjabloon zonder data

Een .pbit is een template. Het bevat de rapportpagina’s, het datamodel en alle queries, maar geen data. Daardoor is het bestand veel kleiner dan een .pbix. Je gebruikt het als startpunt: iedereen die het opent, krijgt dezelfde opbouw en koppelt er zijn eigen data aan.

Zo maak je een .pbit

  1. Open je rapport in Power BI Desktop.
  2. Kies File > Export > Power BI template.
  3. Geef een korte beschrijving, bijvoorbeeld “Maandrapport verkoop”, en kies OK.
  4. Sla het .pbit-bestand op.

Zo gebruik je een .pbit

Dubbelklik op het bestand of kies File > Import > Power BI template. Heeft het rapport parameters, zoals een land of een klant, dan vraagt Power BI eerst om een waarde. Daarna maak je verbinding met de databron met je eigen inloggegevens, en het rapport wordt gevuld. De stappen staan ook in de Microsoft-handleiding over sjablonen.

Handig voor: een standaardrapport per afdeling, filiaal of klant, of een huisstijl-opzet die elke nieuwe maker gebruikt. Microsoft waarschuwt wel: gebruik .pbit niet om je werk tijdens het bouwen op te slaan. Het is bedoeld voor hergebruik, niet voor dagelijks beheer.

.pbip: je rapport als project in een map

Een .pbip (Power BI Project) slaat hetzelfde op als een .pbix, maar dan uitgepakt in een map met gewone tekstbestanden. Je maakt er een via File > Save as en kiest bij het bestandstype Power BI project files (*.pbip). Dit is wat je dan krijgt:

Mapstructuur van een Power BI Project met de pbip, de SemanticModel-map met TMDL en de Report-map met PBIR
Een .pbip is een map: het model en het rapport staan elk in een eigen submap.
  • Omzet.pbip is een snelkoppeling. Dubbelklikken opent het rapport en het model in Power BI Desktop.
  • Omzet.SemanticModel bevat het datamodel: tabellen, relaties en measures. Dat gebeurt in TMDL (Tabular Model Definition Language), een leesbare tekstnotatie. Een measure staat er gewoon als tekst in.
  • Omzet.Report bevat het rapport, in PBIR. Daarover hieronder meer.
  • .gitignore zorgt dat de lokale data (cache.abf) en je persoonlijke instellingen niet in versiebeheer terechtkomen.

Wat zijn de voordelen van .pbip?

Microsoft noemt in de PBIP-documentatie deze voordelen:

  • Leesbaar. Je opent de bestanden in een teksteditor als Visual Studio Code en ziet precies hoe je rapport en model in elkaar zitten.
  • Versiebeheer. Met Git zie je per wijziging wat er is veranderd, door wie, en kun je altijd terug naar een eerdere versie.
  • Samenwerken. Meerdere mensen werken tegelijk aan hetzelfde project en voegen hun werk samen.
  • Automatisch uitrollen. Met CI/CD (automatisch testen en uitrollen) zet je wijzigingen gecontroleerd door van ontwikkeling naar productie.
  • Hergebruik en bulkwerk. Kopieer een tabel of pagina naar een ander project, of voeg met een script in één keer measures toe aan alle tabellen.

Wil je content vanuit Power BI Desktop via Git-integratie in Microsoft Fabric publiceren, dan is .pbip zelfs verplicht. Twijfel je? Een .pbix zet je altijd om naar een .pbip, en weer terug, met File > Save as.

Wat is PBIR: het bestand of het formaat?

Hier gaat het vaak mis, want PBIR betekent twee dingen.

1. Het bestand definition.pbir. Dit staat in de .Report-map en beschrijft het rapport, inclusief de verwijzing naar het semantic model dat het rapport gebruikt. Die verwijzing is een relatief pad naar een modelmap in hetzelfde project, of een verbinding met een model in een Fabric-workspace. Je kunt Power BI Desktop ook openen door op dit bestand te dubbelklikken. Handig als je meerdere rapporten in één projectmap bewaart.

2. Het formaat PBIR (Power BI Enhanced Report Format). Dit is de manier waarop het rapport zelf wordt opgeslagen, in de submap definition. Elke pagina krijgt een eigen map met een page.json, en elke visual een eigen visual.json. Vroeger stond het hele rapport in één groot report.json-bestand (PBIR-Legacy) dat je niet buiten Power BI mocht aanpassen. PBIR is openbaar gedocumenteerd, en elk bestand heeft een JSON-schema waardoor een editor als VS Code je waarschuwt als je een fout maakt.

Wijziging in een PBIR visual.json-bestand waarin het visualtype van card naar gauge is veranderd
Dankzij PBIR zie je in versiebeheer precies wat er veranderde: hier werd een Card-visual een Gauge-visual. Bron: Microsoft Learn.

Wat kun je met PBIR?

  • Een pagina, visual of bladwijzer kopiëren naar een ander rapport door het bestand te kopiëren
  • Kleuren, velden of titels in één keer zoeken en vervangen over meerdere rapporten
  • Visuals repareren die “kapot” gingen omdat een veld werd hernoemd of verplaatst
  • Met een script een aanpassing doen op alle visuals tegelijk, bijvoorbeeld visual-filters verbergen

Welk Power BI bestandsformaat kies je?

Keuzeschema: welk Power BI bestandsformaat kies je, pbit voor sjablonen, pbix voor alleen werken en pbip voor samenwerken met versiebeheer
Twee vragen en je weet welk formaat past.
  • Werk je alleen en deel je gewoon een bestand? Blijf bij .pbix. Er is niets mis mee, en PBIR zit er al in.
  • Wil je een vaste opzet steeds opnieuw inzetten met andere data? Maak een .pbit.
  • Werk je met meerdere mensen, wil je versiebeheer of wil je gecontroleerd uitrollen naar productie? Kies .pbip.

Stap voor stap: van .pbix naar .pbip met versiebeheer

  1. Update Power BI Desktop naar de nieuwste versie.
  2. Open je .pbix en kies File > Save as. Kies als type Power BI project files (*.pbip).
  3. Kies een kort pad, zoals C:\Projecten\Omzet. Windows kent een maximum van 260 tekens voor een bestandspad, en lange tabelnamen tellen mee.
  4. Open de map in Visual Studio Code en start een Git-repository. Maak je eerste commit: dit is je nulpunt.
  5. Pas iets aan in Power BI Desktop, bijvoorbeeld de kleur van een grafiek, en sla op. In VS Code zie je nu precies welk visual.json-bestand is gewijzigd.
  6. Koppel je repository aan Azure DevOps of GitHub, en eventueel aan een Fabric-workspace via Git-integratie, zodat je team en je uitrol erop aansluiten.

Werk je in Power Platform al met aparte omgevingen voor ontwikkeling, test en productie? Dan ken je het principe. Lees ook ons blog over Power Platform environments.

Waar moet je op letten?

  • Sensitivity labels worden niet ondersteund in Power BI Projects.
  • Niet rechtstreeks in OneDrive of SharePoint. Je kunt een .pbip daar niet direct opslaan, en een gesynchroniseerde map kan tot mislukte opslagacties leiden. Gebruik Git.
  • Niet voor Power BI Report Server. De Desktop-versie voor Report Server ondersteunt geen projecten.
  • Niet elk bestand mag je met de hand aanpassen. Een fout in een bestand kan ervoor zorgen dat Power BI Desktop het project niet meer opent. Desktop wijst dan wel het probleem aan.
  • Let op gevoelige waarden. Zet je een filter op bijvoorbeeld een klantnaam, dan staat die naam in de rapportbestanden. Dat geldt ook voor .pbit. Houd daar rekening mee als je repository niet privé is.

Veelgemaakte fouten met .pbip

  • Buiten Desktop bewerken terwijl Desktop nog niet-opgeslagen werk heeft. Kies je dan Apply external changes, dan overschrijft Power BI je werk in Desktop. Sla in Power BI Desktop eerst op voordat je in VS Code aan de slag gaat.
  • Een bestand opslaan met de verkeerde codering. Microsoft vraagt om UTF-8 zonder BOM voor bestanden die je buiten Desktop bewerkt. VS Code gebruikt dat standaard; controleer het rechtsonder in de statusbalk.
  • Een pagina- of visualmap hernoemen met spaties of speciale tekens. Power BI negeert die map dan en je visual verdwijnt. Gebruik alleen letters, cijfers, underscores en koppeltekens, en herstart Power BI Desktop na het hernoemen.
  • Git ziet elke regel als gewijzigd. Power BI Desktop gebruikt Windows-regeleinden (CRLF). Zet in Git de instelling autocrlf aan, dan blijven je diffs leesbaar.

Samengevat

  • .pbix: alles in één bestand, prima als je alleen werkt.
  • .pbit: een sjabloon zonder data, voor hergebruik.
  • .pbip: een projectmap met leesbare bestanden, voor samenwerken en versiebeheer.
  • PBIR: het rapportformaat dat nu overal de standaard is, ook in je .pbix.

Ben je net begonnen met Power BI en is DAX nog lastig? Lees dan ook onze uitleg over row context en filter context. Wil je hulp bij het opzetten van versiebeheer voor je Power BI-rapporten? Onze Power BI-specialisten helpen je op weg. Neem contact met ons op.

Veelgestelde vragen

Is .pbix verouderd nu PBIR de standaard is?

Nee. PBIR zit ook in een .pbix-bestand, dus je kunt gewoon met .pbix blijven werken. Het verschil is dat je bij een .pbip de losse bestanden ziet en kunt bewerken.

Kan ik een .pbip weer omzetten naar een .pbix?

Ja. Open het project in Power BI Desktop en kies File > Save as met het type .pbix. Automatisch omzetten met een script kan niet, dat gaat alleen via Power BI Desktop.

Zit mijn data in een .pbip?

De definitie van je model wel, de data niet. Geïmporteerde data staat alleen in een lokaal cachebestand (cache.abf), dat standaard buiten Git blijft. Publiceer je vanuit Power BI Desktop, dan gaat die cache wel mee naar de service.

Moet ik iets doen nu PBIR de standaard is?

Meestal niet. Houd Power BI Desktop up-to-date en weet dat er een back-up is als een omgezet rapport zich vreemd gedraagt: 30 dagen in Desktop, 28 dagen in de service. Wil je profiteren van versiebeheer, dan is dit een goed moment om over te stappen op .pbip.

Vragen over dit onderwerp?

Plan een kennismaking →